Staalsoorten
Een staalsoort bepaalt wat een plaat kan: hoeveel die draagt, of die slijt, of die hitte verdraagt en of die zich laat lassen. Hieronder de soorten die wij snijden, met norm, oude aanduiding en toepassing.
- Vloeigrens
- 235 tot 690 N/mm²
- Hardheid
- 400 tot 500 HBW
- Temperatuur
- Tot 550 °C
- Certificaat
- 3.1 of 3.2 + stempel
Overzicht van staalsoorten
Per soort de norm, de oude of verwante aanduiding, waar hij sterk in is en de typische toepassing.
S235JR
Algemeen, goed lasbaar. Constructiewerk, algemene plaat.
S355J2
Hogere sterkte, nog goed lasbaar. Constructie, machinebouw.
Hardox, Quard
Weerstand tegen schuren. Bakken, goten, stortkokers.
P265GH
Druk en temperatuur. Ketels, drukvaten.
S690QL
Zeer hoge sterkte, laag gewicht. Kranen, hijswerk.
16Mo3, 13CrMo4-5
Sterkte bij hoge temperatuur. Leidingwerk, installaties.
AH36, DH36
Gekeurd voor scheepsbouw. Rompen, dekken.
Een staalsoort is een beschrijving, geen productnaam.
Wie een S355J2+N vraagt, vraagt dus om constructiestaal met een vloeigrens van 355 dat bij min twintig graden nog niet bros is en dat normaalgegloeid is geleverd.
Het getal geeft de vloeigrens direct: S235 heeft een vloeigrens van 235 N/mm², S355 van 355 en S690 van 690. S690QL heeft daarmee bijna drie keer de sterkte van S235JR, waardoor een constructie aanzienlijk lichter kan worden uitgevoerd.
Staalsoorten vergelijken: waar zit het verschil
Vier vragen bepalen in de praktijk de keuze.
- Hoeveel het moet dragen. Dan telt de vloeigrens, van 235 tot 690 N/mm². Hoger betekent minder dikte voor dezelfde belasting, wat gewicht scheelt. De bijbehorende soorten zijn S235JR, S355J2 en S690QL.
- Of het slijtage moet verdragen. Dan telt hardheid, van 400 tot 500 HBW, en kom je bij slijtvast staal als Hardox en Quard. Het getal in de naam is daar de hardheid in Brinell.
- Of het warm of onder druk moet werken. Dan heb je een soort nodig die zijn eigenschappen bij temperatuur vasthoudt. P265GH heeft gegarandeerde eigenschappen tot circa 400 °C, daarboven gaat het naar warmvast staal, tot 550 °C.
- Of het gekeurd moet zijn. Voor scheepsbouw en drukapparatuur gelden eigen regimes, met een klassenbureau of keuringsinstantie erbij. Voor de scheepsbouw is er scheepsbouwstaal in AH36 en DH36.
“Bel met de vraag wat het deel moet doen, niet met een staalsoort die je ergens hebt zien staan. In de helft van de gevallen komen we op iets anders uit, en vaak op iets voordeligers.”
Over staalsoorten
Staat je vraag er niet bij? Beschrijf de toepassing, dan adviseren wij de soort.
Alle soorten in de tabel, met de techniek die bij de soort past. Ongelegeerd constructiestaal gaat autogeen tot de zwaarste diktes. Slijtvast staal en hoogsterkte staal gaan met watersnijden, omdat warmte daar de eigenschappen aantast.
De vloeigrens: 235 tegen 355 N/mm². Met S355 draag je dezelfde belasting met een dunnere plaat.
Ja, St37 en Fe360 zijn de oudere aanduidingen voor wat nu S235JR heet.
Ja, met 3.1-materiaalcertificaat, en 3.2 op aanvraag. Gesneden delen stempelen we over, zodat soort en smelt aantoonbaar blijven. Bij scheepsbouw en drukapparatuur is dat een voorwaarde. Zie certificering.
Dat hangt af van belasting, temperatuur, slijtage en of het gekeurd moet zijn. Geef in je aanvraag door waar het deel voor dient, dan denken we mee.